Het ontstaan van het heelal en de goede God

De ‘Kant-Laplace’-theorie, de achttiende-eeuwse natuurkundige theorie over het ontstaan van het heelal, is een begrip. Weinig mensen kennen het oorspronkelijk werk waarin Kant deze theorie uiteenzet, de ‘Allgemeine Naturgeschichte und Theorie des Himmels’ (1755). Voor het eerst verschijnt dit werk nu in Nederlandse vertaling.In dit geniale jeugdwerk schrijft Kant onder andere over het melkwegstelsel, over de oorzaak van beweging van planeten en over hun mogelijke bewoners, over de maan en de zon, maar ook over schepping en oneindigheid. De stijl van deze jonge, ‘voorkritische’ Kant is ongedwongen en zo nu en dan zelfs dartel. Als hij op huiveringwekkende wijze het oppervlak van de zon beschrijft of de onmetelijke oneindigheid van het heelal overpeinst, voelen we dat het onderwerp met de schrijver aan de haal gaat.Er zijn in deze uitgave tevens twee beschouwingen opgenomen uit Kants ‘De enig mogelijke grond voor een bewijs van het bestaan van God’ (1763) waarin hij een samenvatting geeft van zijn ‘Algemene natuurgeschiedenis’ en daaraan een uiteenzetting koppelt van zijn deïsme. De bewegingen van de hemellichamen en het ontstaan van het heelal ziet Kant als een bevestiging van het bestaan van God en van de goddelijke ‘algenoegzaamheid’.Willem Visser is vertaler en filosoof. Hij vertaalde eerder (samen met Jabik Veenbaas) de grote drie ‘Kritieken van Kant’. En onlangs ‘Fenomenologie van de geest’ van G.W.F. Hegel.Sjibbolet Origine is een reeks klassieken van Uitgeverij Sjibbolet met persoonlijke en canonieke teksten uit alle tijden.

Uitgeverij VBK Media

Verschijningsdatum 29-04-2013
U houdt misschien ook van
Blijf op de hoogte

Hier kan u zich inschrijven voor onze wekelijkse nieuwsbrief