Margriet de Moor

De “hoedster van het raadselachtige”, noemde Alle Lansu haar eens, “een schrijfster die de essentie bij voorkeur in terloopse opmerkingen verbergt.” In haar zorgvuldig samengestelde oeuvre probeert Margriet de Moor het ongerijmde te beschrijven: de toevallige ontmoetingen die een leven kunnen veranderen, die ene verhuiswagen die nèt de hoek om komt draaien als je uit het raam kijkt. En dat allemaal in de losse, quasi-laconieke vertelwijze die het werk van De Moor kenmerkt. Hans Goedkoop: “Wat haar figuren ook gebeurt, wat ze ook doen, de eerste stap is steevast dat ze door iets nietigs uit hun leven worden weggetild en binnenstappen in een onbekende nis van het bestaan. Ze laten het verbazende nieuwe daar over zich heen komen, passief vaak, vrijwel blanco – en ze doen daarmee in wezen niet veel anders dan de schrijfster boven hun hoofd. Ze maken zich leeg.”
Margriet de Moor wordt als Margaretha Maria Antonetta Neefjes op 21 november 1941 in Noordwijk geboren. Het gezin waarin ze opgroeide was kinderrijk en katholiek. “Ik kom uit een groot gezin met tien kinderen, waarvan zeven meisjes,” vertelde De Moor tijdens een interview met de
Leeuwarder Courant. “Ik slaap vaak met zusjes op een kamer, vaak ook in hetzelfde bed. Ik heb de band altijd ervaren als intiem en geinig. Als het leuk en goed is kunnen zussen ongelooflijk solidair zijn. In goed én kwaad.” Het zussen-thema komt vaak voor in De Moors werk, onder andere in
De virtuoos (1993), waarin Carlotta een nogal lichtzinnige oudere halfzus heeft, die haar gedachten kan lezen.
De Moor bezocht eerst de ulo, daarna de hbs en studeerde vervolgens piano en solozang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Aan het einde van de jaren zeventig studeerde zij kunstgeschiedenis en archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze maakte een tijdlang videofilms, trouwde met de beeldend kunstenaar Heppe de Moor en kreeg twee dochters. Ze las veel. “Jarenlang had ik gedacht enkel een lezer te zijn, een lezer met een voorkeur voor zo dik mogelijke romans,” schreef ze over deze tijd in
Ik droom dus (1995). “Totdat op een dag dat lezen als het ware om een uitbreiding begon te vragen, om zijn andere ik, en ik in een stemming die ik niet anders kan omschrijven dan een combinatie van werklust en leegte in een ongebruikte kamer boven in het huis ging zitten.”
In 1988 debuteerde ze onder de naam Margriet de Moor met
Op de rug gezien, een bundel met zorgvuldig gecomponeerde en geconstrueerde verhalen. De bundel werd zeer goed ontvangen, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en won het Gouden Ezelsoor. “Toen het eenmaal op gang kwam, bleek dat bijna alle recensies positief waren. Dat heeft me nog het meest verbaasd.” De Moors tweede boek was een bundeling van drie novellen onder de titel
Dubbelportret (1989)- en ook deze kreeg veel lof toegezwaaid. Ze kreeg er de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor.
De Moors eerste roman,
Eerst grijs dan wit dan blauw uit 1991 werd nog luider toegejuicht: het boek kreeg de AKO-literatuurprijs. In de roman wordt een vrouw – Magda – vermoord die jarenlang spoorloos is geweest. Haar man Robert is één van de verdachten. Hij blijkt zich niet over haar verdwijning te hebben kunnen heenzetten. In het middendeel van het boek wordt de zwerftocht van de vrouw gereconstrueerd. De speurtocht en de reconstructie blijkt een belangrijk gegeven te worden in De Moors werk, evenals personages die greep proberen te krijgen op de mensen en de chaotische wereld om hen heen. Daartoe worden allerlei gedachtenexperimenten en bezweringsrituelen ingezet. De pogingen zijn echter tot mislukken gedoemd. “Het raadsel van de ander,” heet het in De Moors zorgvuldig geconstrueerde boeken. Vaak blijken de vrouwen soepeler van geest dan de mannen.
In
De virtuoos duikt De Moor de geschiedenis in: ze beschrijft in deze roman de achttiende-eeuwse liefde van Carlotta voor de castraat en wonderzanger Gasparo. Het decor: Napels. De Moor: “Ik wilde over virtuositeit schrijven, want ik vind het ambacht, ieder ambacht, of je nou een antiquair, een musicus of een imker hoort praten, heel erg interessant. En het toppunt van ambachtelijkheid is voor mij virtuositeit. Dan lijkt er bij het puur ambachtelijke kunnen een soort genade te komen.” Het boek krijgt gemengde recensies – iets wat daarna vaker zal voorkomen. Haar techniek en psychologisch inzicht worden geprezen, haar stijl en de ‘levendigheid’ van haar boeken worden door sommige critici betwist.
Na
De virtuoos worden recensenten steeds kritischer over De Moors werk, een verschijnsel dat vaker voorkomt bij veelgeprezen debutanten. Reinjan Mulder over
Hertog van Egypte uit 1996: “Ging het in het onvolprezen
Eerst grijs dan wit dan blauw om een persoonlijke verwerking van individuele ervaringen, nu wordt er te nadrukkelijk uitgelegd hoe deze ervaringen kunnen worden gevormd door de maatschappelijke verhoudingen en gebeurtenissen in het verleden.” En Menno Schenke in het
Algemeen Dagblad over
Zee-Binnen (1999): “Een nodeloze affaire tussen de evenwichtige Vincent en de onevenwichtige Gemma, daar gaat Zee-Binnen over. Een affaire die in een zucht definitief voorbij is, zoals ook de herinnering aan deze roman van Margriet de Moor in een zucht is verdwenen.” De Moor wordt er niet warm of koud van: voor haar zijn lezersreacties belangrijker dan oordelen van recensenten. “Lezers lijken steeds mondiger te worden,” zegt ze in de
Provinciale Zeeuwse Courant. “Ik merk het aan hoe er op de
Hertog wordt gereageerd. Men kiest steeds autonomer een eigen weg.”

Zee-Binnen (1999) is ‘het verhaal van een weg’, van Zee naar Binnen, waar op een goede dag het leven van dierenarts Victor Lukas zich kruist met die van Gemma, de vrouw van wie hij een zakagenda vindt met een aantekening van zijn naam er in. Ze blijkt een afspraak met hem te hebben, over enkele weken. In zijn fantasie wordt zij echter langzamerhand zijn droomvrouw en wordt zij zijn imaginaire geliefde. Zelf blijkt Gemma een veel duisterder verleden dan hij had kunnen denken. De verhouding die de twee krijgen is even heftig als stil: er wordt nauwelijks gepraat. “Een zinsbegoochelende affaire,” concludeert Gemma. Onno Blom in
Trouw: “Het gaat De Moor niet om de daad, maar om het ontrafelen van de dingen die tot de daad hebben geleid. (…) Hoe is het mogelijk dat een zinsbegoochelende affaire schijnbaar uit het niets ontstaat, opbloeit en weer ophoudt? Het geheim en de kracht van de roman zit letterlijk in de ‘zinsbegoocheling’, in het fijnzinnig tasten van De Moor naar de aard van de liefde of, vooruit, naar wat de mens in het leven drijft.”
De Moors meest recente boek is
Kreutzersonate. Een liefdesverhaal dat in 2001 verscheen. De roman verhaalt van de blinde muziekcriticus Marius van Vlooten die sinds een desastreuze verhouding in zijn jeugd – waarbij hij zich in het hoofd schoot – nooit meer verliefd is geweest. Als Van Vlooten bij een masterclass in Bordeaux echter in aanraking komt met de violoste Suzanne Flier, verandert alles voor hem. Dit gebeurt onder invloed van Janáceks ‘Kreutzersonate’, de compositie die het antwoord vormde op Beethovens ‘Kreutzersonate’ en Tolstojs roman die daarop gebaseerd was. De twee trouwen, maar hun leven lijkt op dat van de personages in Tolstojs roman: ook bij hen wordt de relatie geteisterd door ontrouw en jaloezie. De roman valt op door zijn vorm, de “omtrekkende beweging” zoals Hans Goedkoop (
NRC) ooit schreef. Het boek houdt zich op geen enkele manier aan de chronologie, waardoor je als lezer onderweg de gevallen kruimels opraapt, om ze pas later betekenis te kunnen geven.
Goedkoop: “In
Kreutzersonate gaat ze nog een stapje verder. De bewegingen zijn zo associatief, de schakelingen zo soepel, dat je ingesponnen raakt in de abstracte kwaliteit van vorm en ritme van de scènes. Het betoog wordt vrijwel letterlijk muziek, je waant je in een strijkkwartet van taal en ondergaat de macht daarvan dus zelf.” Goedkoop ziet in
Kreutzersonate een duidelijk vervolg op haar andere boeken en tegelijkertijd een antwoord op haar critici. “Het is een vorm van kunst over kunst, niet als verdediging van kunst-om-de-kunst, buiten de werkelijkheid, maar juist van kunst als vormgever en schepper van de werkelijkheid. Dat is een glasheldere poëtica, die als een antwoord klinkt op de kritieken die De Moor kreeg op haar laatste twee romans,
Hertog van Egypte en
Zee-Binnen. Dat omcirkelen van een mysterie, elk boek weer iets fijnzinniger, het dreigde op den duur onwezenlijk te worden, onaannemelijk, gekunsteld. Raakte de werkelijkheid hier niet een beetje uit het zicht? Nee, zegt De Moor nu, dat omcirkelen benadert juist de werkelijkheid.”

Boeken van Margriet de Moor
Blijf op de hoogte

Hier kan u zich inschrijven voor onze wekelijkse nieuwsbrief